Het plafond van de oranjerie van Berbice

12 oktober 2025

Historisch onderzoek juli 2022

De oranjerie van Berbice, een rijksmonument, is gebouwd rond 1700 in opdracht van Pieter de la Court van der Voort (1664-1739). In 2019 heeft aannemer Burgy B.V. uit Leiden de oranjerie gerestaureerd. Hierbij zijn o.a. vrijwel alle balkkoppen van het plafond van de oranjerie vervangen. Bij de uitvoering van dit werk zijn links en rechts in totaal 9 van de oorspronkelijke planken uit het plafond genomen en later weer teruggeplaatst. Door bij het terugplaatsen van de “mes en groef” planken deze beter te laten aansluiten dan voorheen het geval was, zijn er ruime naden langs de muren ontstaan. Deze zijn uit het zicht gewerkt door rondom een nieuwe lijst aan te brengen. De onvermijdbare schade aan de planken die bij het verwijderen is ontstaan is door de aannemer met een gelige epoxy aangeheeld. Zeker geen fraai gezicht. Een tweede probleem met het plafond was dat loszittend “vulsel” tussen de naden van de oude plafondplanken regelmatig naar beneden kwam vallen. Al met al maakte het plafond na de restauratie een haveloze indruk.

De laatste schilderbeurt van het plafond dateert waarschijnlijk uit het midden van de jaren ’60 toen de zilverfabriek, door ruimtegebrek, de oranjerie is gaan gebruiken als werkplaats. Het is aannemelijk dat directeur Bas Begeer toen de opdracht heeft gegeven om het plafond bij te werken en opnieuw te laten schilderen in dezelfde pastelgroene kleur. Naast het mogelijk opnieuw schilderen van het plafond heeft hij de oranjerie toen ook van een WC en een oliekachel voorzien voordat de werkplaats in gebruik kon worden genomen. Delen van het “nieuwe” WC-hok maar ook delen van de naastgelegen tuinmanswoning, zijn toen ook in dezelfde pastelgroene kleur geschilderd.

Op het plafond van het WC hok, dat bij de restauratie van de oranjerie in 2019 is verwijderd, is een groot leeg 7,5 liter verfblik gevonden met precies de pastelgroene kleur van de oranjerie. Het blik (zie foto 1) is van de verffabriek H. de Vos & Zn. op de Saturnusstraat in Den Haag en is in ieder geval van na 1957 toen deze verffabriek werd geopend. Het is dus aannemelijk dat dit blik gebruikt is om (delen van) de oranjerie mid-jaren ’60 te schilderen. Mede door het opnieuw schilderen zag het plafond er 10 jaar later, in 1974, nog erg goed uit (zie foto 2). Overigens waren de activiteiten van de zilverfabriek in de oranjerie toen al weer verleden tijd.

Voor het begin van het schilderen van het plafond in augustus 2022, is de staat van het plafond in detail bekeken en door middel van foto’s vastgelegd. Naast de hierboven gemelde schade is de verf lokaal aan het bladderen door een slechte hechting van de verf in het bijzonder rondom de naden van het plafond. De vulling van de naden zit over het algemeen los en al jaren vallen regelmatig stukken van dit vulsel omlaag. Onder de huidige verflaag is een iets donkerder groene (grond)verflaag te zien (zie foto 3) die duidelijk op kaal ongeverfd hout is aangebracht.
Dit is vooral te zien rondom de beschadigde naden tussen de plafonddelen. Bij verdere bestudering van de donkergroene (grond)verflaag lijkt het erop dat deze uitsluitend over de gipsnaden heen te zijn aangebracht. Bij het bijvoorbeeld openmaken van niet gehechte verfbladders midden op de vloerdelen is geen donkergroene kleur meer terug te vinden ook niet op de onderkant van de verfbladders (zie foto 4). Een verklaring zou kunnen zijn dat over het spierwitte gips van de naden eerst een wat donkerder groene kleur is aangebracht om zodoende een betere dekking te krijgen van de uiteindelijke pastelgroene laklaag.  Er is één uitzondering op deze regel en dat is het voormalige luik in het plafond dat in zijn geheel de donker(der) groene (grond)verf laag heeft gekregen (zie foto 5).
Op één plek op het plafond kon vrij gemakkelijk een gesmede nagel tijdelijk uit het plafond verwijderd worden. Gesmede nagels (zie foto 6) werden eeuwenlang en zelfs tot in de 19de eeuw gebruikt daarom is dateren op basis van het gebruik van gesmede spijkers niet echt mogelijk.

Er zijn grotere en kleinere naden tussen de planken van het plafond ontstaan waarbij de grote naden vreemd genoeg zijn opgevuld met kleine rolletjes oud krantenpapier afgedekt met een laagje gips waarover de verf is aangebracht. De kleine naden lijken alleen met gips gevuld (zie foto 7 en 8).  Dit is ook het geval bij de met boekweitdoppen gevulde holle binnenluiken van de oranjerie alhoewel de donkergroene (grond)verf laag daar lijkt te ontbreken.

De oude kranten, hebben een “relatief recent” lettertype. Nauwkeurig onderzoek naar de krantenrolletjes heeft opgeleverd dat de kranten van juli 1914 zijn. Ik heb in de rolletjes papier een advertentie gevonden die ik, voor de leesbaarheid, ook met succes heb opgezocht op de Delpher historische kranten website. (zie foto 9 en 10).
Ook andere rolletjes krantenpapier blijken uit 1914 te komen. Ik kan op het internet niets vinden over deze manier van naden opvullen maar een reden hiervoor zou kunnen zijn dat het een unieke oplossing is geweest om het continue neerdwarrelen van boekweitdoppen, die als isolatie materiaal los op de plafond planken liggen, tegen te gaan. De boekweitdoppen zijn als isolatiemateriaal aangebracht in de spouwmuren, op het plafond en in de holle binnenluiken van de oranjerie zoals ook beschreven wordt in het tuinboek uit 1737 van Pieter de la Court van der Voort de opdrachtgever voor de bouw van de oranjerie. De kranten in de grote naden dienen dan om gips te besparen of mogelijk om flexibiliteit aan het gips te geven tegen trillingen en scheurvorming die overigens uiteindelijk toch zijn opgetreden. Bij het verwijderen van loszittend opvulmiddel blijkt dat de zijkanten van de groef en mes nooit eerder geschilderd te zijn geweest ook de donkergroene verf is op niet eerder geverfd hout aangebracht. Hieruit kan geconcludeerd dat het hele plafond voor het aanbrengen van het opvulmiddel in 1914 nooit eerder geschilderd is geweest. Op zich is dat niet vreemd omdat na de bouw rond 1700 een simpel “nutsgebouw” als een oranjerie wel meer van binnen onbeschilderd bleef. Het is dus Johannes Mattheus van Kempen (IV) die het plafond en de binnenluiken voor het eerst heeft laten schilderen. Aanleiding voor het schilderen en opvullen van de naden is waarschijnlijk onder andere geweest om het continue neerdwarrelen van boekweitdoppen tegen te gaan.

Wij hebben verschillende foto’s in ons huisarchief uit de periode 1965-1967 waarin te zien is dat de oranjerie als werkplaats wordt gebruikt. Doordat de werkbanken langs de ramen stonden zijn de handgrepen van de schuiframen aan de buitenkant geplaatst! Men kon niet gemakkelijk meer bij de ramen komen en het zal in de zomer in de oranjerie ongetwijfeld erg warm zijn geweest. De oudste kleurenfoto die ik ken waar te zien is dat de binnenluiken van de “werkplaats” de huidige groene kleur hebben is uit 1965 (zie foto 11).

Door Michel J. den Boer