‘Kolonialisme, slavernij en buitenplaatsen’

Op 22 juni vond in het culturele programma van Buitenplaats Berbice een lezing plaats door slavernijhistoricus Karwan Fatah-Black over de relatie tussen buitenplaatsen en landgoederen en de geschiedenis van slavernij en kolonialisme. De Buitenplaats Berbice heette vroeger Allemansgeest maar werd in 1822 omgedoopt tot Berbice, een naam die verwijst naar het koloniale verleden en de daar aan gekoppelde grote schaduwzijde: het slavernijverleden. Berbice heeft meer bewoners gehad die ooit op enige manier verbonden waren aan een van de Nederlandse koloniën. Dit is van invloed geweest op de ontwikkeling en geschiedenis van de buitenplaats.

Historicus Karwan Fatah-Black is expert op het gebied van vroegmoderne globalisering en het Atlantische slavernijverleden. Hij doet aan de Universiteit Leiden onderzoek naar het Nederlandse koloniale verleden, slavernij en Suriname en werkte onder meer mee aan ‘De Wereldgeschiedenis van Nederland’. Ook publiceerde hij boeken over slavernij en koloniaal bestuur. Voor zijn onderzoek naar onder meer de formele en informele trans-Atlantische handel van Nederland in de Gouden Eeuw en de rol van slavenhandel daarin, ontving hij een prijs. In 2020 gaf Fatah-Black de Keti Koti Lezing van het Nationaal instituut Nederlands Slavernijverleden en erfenis (NiNSee) en in 2021 verscheen zijn boek ‘Slavernij en beschaving. Geschiedenis van een paradox‘.

Klik hier voor de integrale tekst van de lezing van Karwan Fatah-Black.